“Verspilling van middelen die elders hoognodig zijn”

Advocate Silke Brutin staat diverse patiëntenvervoerders, onder wie FirstCare, juridisch bij in dit verhaal. De aanslepende problematiek roept ook bij haar onbegrip, frustratie en een gevoel van onrechtvaardigheid op. “Het parket en de politie leggen de vonnissen van meerdere rechters in verschillende arrondissementen gewoon naast zich neer.”

“Ik begrijp niet waarom parket en politie dit zo criminaliseren”, zet advocate Silke Brutin de toon. Doorheen de jaren trad ze op in tal van soortgelijke dossiers voor de rechtbank. Telkens was de conclusie dat de rit niet gelijkgesteld kon worden met een taxirit en er dus geen inbreuken waren. Toch blijven de problemen aanhouden en lijkt een structurele oplossing niet in zicht.

Vrijspraak na vrijspraak

Er is een vacuüm in de wetgeving dat om een heldere interpretatie in de rechtspraak vroeg. “Die hebben we nu, van meerdere rechters in verschillende arrondissementen. We dachten dat de kous daarmee af was, maar de controles begonnen opnieuw. Recent nog belde een cliënt dat de politie opnieuw een voertuig in beslag nam. Politie en parket leggen de rechtspraak dus naast zich neer, hoewel door verschillende politierechtbanken en in beroep wordt gesteld dat zulk vervoer niet onder het taxidecreet valt. Tegelijk gingen ze niet in beroep tegen de vonnissen, dus zo juridisch oneens zijn ze het niet”, vertelt Silke. “Als rechtsonderhorige dien je je neer te leggen bij een definitieve rechterlijke uitspraak, maar dit geldt blijkbaar niet voor politie en parket.”

Tal van organisaties voorzag de voertuigen voor zittend- en rolstoelpatiëntenvervoer intussen van taxiplaten. “Tegen hun goesting”, benadrukt Silke. “Ze menen terecht dat dit niet nodig is, maar hopen zo de overlast voor hun medewerkers en klanten te beperken. Het is een moeilijke afweging, want het kan ook overkomen als toegeven dat de politie gelijk heeft, wat absoluut niet zo is.” Met bestuurderspassen zetten de werkgevers hun mensen in de voertuigen met T-platen uit de wind. Sindsdien worden de chauffeurs niet meer persoonlijk vervolgd.

“Zoveel grotere problemen vragen om actie en een correcte inzet van middelen.”

Wetgevende macht aan zet

Gezien de rechtspraak onvoldoende effect heeft en het probleem aanhoudt, kijken zowel Belgambu als Silke Brutin richting wetgevende macht. Zij moeten duidelijkheid geven, zodat de uitvoerende macht volgt en de patiëntenvervoerders weten hoe ze zich in regel kunnen stellen. “Eigenlijk zijn er twee opties”, licht Silke toe. “Ofwel sluiten we het  liggend- en rolstoelpatiëntenvervoer expliciet uit van de taxiwetgeving, wat de rechters met hun vrijspraak in principe telkens doen. Ofwel komt er een aparte wetgeving, zoals voor het niet-dringend liggend patiëntenvervoer.” De derde optie, om in plaats van ‘liggend patiëntenvervoer’ gewoon over ‘patiëntenvervoer’ te spreken binnen het bestaande decreet, is niet wenselijk. “Het gaat om twee aparte categorieën. In beide gevallen moet de begeleiding zorg kunnen bieden. Toch zijn de nodige kwalificaties anders.”

“De kostprijs voor de klant is momenteel trouwens gelijk bij een taxirit en bij zittend of rolstoelpatiëntenvervoer. Oneerlijke concurrentie, waar de taxiwet wil tegen beschermen, is in die zin dus nooit aan de orde. Eigenlijk worden deze diensten afgestraft omdat ze een extra dienst leveren waar de patiënt niet voor moet betalen. Wij blijven alvast strijden”, besluit Kenneth Arkesteyn.

Discriminatie van de patiënt?

In Wallonië en Brussel bestaat wel wetgeving voor het zittenden rolstoelpatiëntenvervoer. Daar zijn de zogenaamde ‘lichte ziekenwagens’ (een wat ongelukkige vertaling van ‘VSL’) een aparte voertuigklasse voor deze ritten. Ze worden bestuurd door ambulanciers of personen met een speciale kwalificatie, die het toezicht en/of eventuele zorgen onderweg uitvoeren. Voor Vlaanderen pleit Belgambu voor een soortgelijk systeem. “We vragen ons in de huidige situatie af of er geen sprake is van patiëntendiscriminatie”, oppert Kenneth. “Een Waalse of Brusselse dienst geeft een patiënt de correcte zorg en betaalbaar vervoer. In Vlaanderen dreigen ze, als dit verder escaleert, geen gepaste begeleiding te krijgen of veel meer te moeten betalen. Dat lijkt ons niet correct.”