/ 02/06/2026

Arrest van Grondwettelijk Hof over zittend patiëntenvervoer
Het rolstoel- en zittend patiëntenvervoer doet in Vlaanderen stof opwaaien. Ook in de rechtbank en aan het Grondwettelijk Hof, dat op 11 december 2025 een arrest velde over deze complexe materie. Belgambu fileert het arrest, dat vragen van de politierechtbank in Vilvoorde beantwoordt, met vakexpert Frank Lippens als gids.
Met het decreet van 29 maart 2019, het zogenaamde taxidecreet, wilde de Vlaamse wetgever een gelijk speelveld creëren voor individueel bezoldigd personenvervoer, lees: taxivervoer. Een insteek waar ook Belgambu in gelooft, die over eerlijke concurrentie binnen het patiëntenvervoer waakt.
“Maar,” zo zegt vakexpert Frank Lippens, “je kan een zittend patiëntenvervoer niet gelijkstellen met een taxirit. De chauffeur van het patiëntenvervoer heeft bepaalde kwalificaties nodig die een taxichauffeur niet moet hebben. Die vaardigheden en kennis komen tegemoet aan de zorgnood van de patiënt.” Moet deze chauffeur dan een volleerde ambulancier zijn? Wat Belgambu betreft niet. “De zorgnood is kleiner dan bij een patiënt die (liggend) in een ambulance moet vervoerd worden. We zien het als een deelkwalificatie binnen de beroepsopleiding ambulancier niet-dringend patiëntenvervoer. Het maakt dit vervoer duidelijk anders dan een rit met een taxi.” Over de kwalificatie spreekt volgens Frank Lippens het Grondwettelijk Hof zich niet uit.
‘Medische nood’ geeft de doorslag
Het Grondwettelijk Hof stelt de ‘medische nood aan begeleiding door een gekwalificeerd persoon’ als doorslaggevende factor. Is die begeleiding niet noodzakelijk, dan valt het vervoer niet onder patiëntenvervoer en kan deze door een taxi uitgevoerd worden die aan alle normen van het taxidecreet moet voldoen, inclusief bestuurderspas. Frank Lippens wijst erop dat het in de casus van de politierechtbank in Vilvoorde gaat om een voertuig dat niet is voorzien van een sanitaire cel en niet is uitgerust voor liggend ziekenvervoer.
Op einde van het arrest spreekt het Grondwettelijk Hof over ambulancediensten die een zieke persoon op medische aanwijzing onder begeleiding van gekwalificeerd personeel vervoeren en dat het aan de decreetgever is om ter zake een regelgeving uit te werken. “De vraag stelt zich of het vervoer van zittende zieke personen zo gelijkgesteld wordt aan vervoer in een ziekenwagen en of de decreetgever niet moet voorzien in een specifieke categorie voor zittende zieke personen. Ook over het personeel spreekt men zich niet specifiek uit. Men spreekt enkel van gekwalificeerd personeel. Zijn dat dan ook twee ambulanciers niet-dringend patiëntenvervoer? Is de medische nood dan gelijk aan vervoer in een ziekenwagen en fietst men zo eigenlijk rond het echte probleem: de leemte in de wetgeving”, zegt Frank Lippens nog.
“De politie zou beter controleren of taxi’s geen zieke patiënten vervoeren.”
In een grijze zone
Het vraagstuk situeert zich duidelijk in een grijze zone, die om nieuwe wetgeving vraagt. De onduidelijkheid en onzekerheid dreigt nu de zorgkwaliteit te ondermijnen. “Dat gaat in twee richtingen”, duidt Belgambuvoorzitter Kenneth Arkesteyn. “Wie een zittend- of rolstoelpatiëntenvervoer nodig heeft, kan naar een rit in een ziekenwagen worden gepusht. Dat brengt extra kosten met zich mee, zowel voor de aanvrager zoals mutualiteiten of ziekenhuizen als voor de patiënt. Tegelijk kan die hogere kostprijs net in de andere richting werken en leiden tot een taxirit, zonder gekwalificeerde bestuurder.”
Dat ziekenwagendiensten gecontroleerd worden op het vervoeren van enkel zieke mensen smaakt alvast wrang, vindt Frank Lippens. “Zieke personen zijn hier de dupe van, als ze in een taxi terechtkomen. De politie zou beter controleren of taxi’s geen zieke patiënten met een zorgnood vervoeren. Daar zit het grote risico”, besluit hij kordaat.
Aanleiding voor deze prejudiciële vragen
Een voertuig van bv Franckline bracht twee personen van een ziekenhuis naar huis. Het ging om zittend patiëntenvervoer. De rit gebeurde dan ook niet in een voertuig met een sanitaire cel, zoals een ziekenwagen. De vennootschap en de chauffeur werden voor de Politierechtbank van Vilvoorde gedaagd voor respectievelijk het uitbaten en het uitvoeren als chauffeur van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer zonder vergunning. De vraag rees of de taxiwet wel van toepassing is op diensten van niet-dringend zittend patiëntenvervoer. Door de onduidelijkheid in de wetgeving, wendde de rechtbank zich hiervoor tot het Hof.

