10/04/2014 - KB inzake handelingen ambulanciers

In het Koninklijk Besluit nr. 78 van 10 november 1967 werd reeds gesproken over het beroep hulpverlener-ambulancier, met de vermelding dat de Koning bepaalt welke de handelingen en activiteiten zijn die hij/zij kan uitvoeren. Na jaren van onzekerheid en grote verschillen tussen de provincies en regio’s, is er op 8 april meer duidelijkheid gecreëerd.

In het Belgisch Staatsblad verscheen deze week namelijk het Koninklijk besluit tot bepaling van de activiteiten vermeld in artikel 21quinquies, § 1, a), b) en c), van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen die de hulpverlener-ambulancier kan uitvoeren, en tot vaststelling van de nadere regels waaronder de hulpverlener-ambulancier deze handelingen kan stellen die verband houden met zijn functie.

In dit document wordt eindelijk o.a. bepaald dat ambulanciers de bevoegdheid hebben om zuurstof toe te dienen, te reanimeren met niet-invasieve middelen, het brengen van de patiënt in een functionele houding, bepalen van de parameters, enz… De formulering van bepaalde artikelen laat echter ruimte voor interpretatie, en er blijven enkele onduidelijkheden over.

Daarnaast zijn deze handelingen enkel mogelijk indien er procedures en staand orders worden opgesteld. De handelingen moeten uiteraard worden uitgevoerd op basis van deze regels, en dienen te kaderen binnen de wet van 8 juli 1964.

De BBA juicht deze vooruitgang uiteraard toe. Er wordt door deze tekst meer duidelijkheid gecreëerd, hetgeen een degelijk handvat biedt voor de vele ambulanciers in dit land. Het is echter belangrijk dat bepaalde onderdelen een nog concretere invulling krijgen. Tegelijkertijd betreuren we het gebrek aan overleg door de overheid met de belanghebbenden, waardoor er nu vele vraagtekens overblijven. We hopen dat het FOD met de verschillende betrokkenen en vertegenwoordigers zal communiceren over een concrete invulling van deze regels. Daarnaast hopen we dat deze regels een goede basis kunnen vormen voor de regelgeving inzake het secundair ziekenvervoer.