Secundair vervoer (NDLZ)

Secundair vervoer (NDLZ)

Het niet-dringend liggend ziekenvervoer (NDLZ) wordt ook wel het 'secundair vervoer' genoemd, om een onderscheid te maken met het 'primair vervoer' in het kader van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening. 

Wie met een niet-acuut medisch probleem naar het ziekenhuis moet, bijvoorbeeld voor een onderzoek, en dat niet kan met gewoon vervoer, kan daarvoor een ambulancedienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer inschakelen. Dit type vervoer kan ook ingeschakel worden bij 'reeksvervoer' zoals voor dialyse of chemo- of radiotherapie, maar ook voor patiënten die liggend terug naar (het rust)huis gebracht moeten worden. Daarnaast wordt dit type vervoer frequent ingeschakeld voor vervoer van een patiënt tussen twee ziekenhuizen. Het kan bvb gaan om een 'upgrade' (van een perifeer naar een universitair ziekenhuis) of een ander 'interklinikaal transport' (bvb naar een ziekenhuis met een afdeling revalidatie). Tot 2016 bestond er geen regelgeving voor deze diensten, kon iedereen ze aanbieden en waren er geen cijfers over de omvang van deze sector. Het protocolakkoord over de kwaliteitsnormen dat op 27 juni 2016 werd ondertekend brengt hier verandering in.

Er zijn enkele grote aanbieders die meer dan 50.000 ritten per jaar doen, maar ook heel wat kleinere dienstverleners met maar één of een paar voertuigen. Wie een beroep wil doen op zo’n ambulancedienst, doet dat meestal via zijn ziekenfonds. Zij hebben contracten met een of meerdere aanbieders.